Dutch Meaning of indisposition
onpasselijkheid
Other Dutch words related to onpasselijkheid
- herstelperiode
- genezing
- Gezondheid
- gezondheid
- herstel
- herstel
- Revalidatie
- degelijkheid
- welzijn
- geheelheid
- gezondheid
- comeback
- Fitness
- hardheid
- hartelijkheid
- herstellen
- bijeenkomst
- Robuustheid
- vorm
- uithoudingsvermogen
- kracht
- taaiheid
- kracht
- vitaliteit
- revalidatie
- bloem
- toestand
- FLUSH
- robuustheid
- welvaart
- welzijn
- welzijn
- Snapback pet
- Vitaliteit
Nearest Words of indisposition
- indisputability => onbetwistbaarheid
- indisputable => onbetwistbaar
- indisputed => onbetwistbaar
- indissipable => Onoplosbaar
- indissoluble => Onoplosbaar
- indissolubleness => onoplosbaarheid
- indissolubly => onoplosbaar
- indissolvable => onoplosbaar
- indissolvableness => onoplosbaarheid
- indistancy => Onduidelijkheid
Definitions and Meaning of indisposition in English
indisposition (n)
a slight illness
a certain degree of unwillingness
indisposition (n.)
The state of being indisposed; disinclination; as, the indisposition of two substances to combine.
A slight disorder or illness.
FAQs About the word indisposition
onpasselijkheid
a slight illness, a certain degree of unwillingnessThe state of being indisposed; disinclination; as, the indisposition of two substances to combine., A slight
ziekte,Ziekte,voorwaarde,ziekte,afwijking,disfunctie,ongezond,ongezondheid,kwelling,zwakte
herstelperiode,genezing,Gezondheid,gezondheid,herstel,herstel,Revalidatie,degelijkheid,welzijn,geheelheid
indisposing => ziekmakend, indisposedness => ongesteldheid, indisposed => ongesteld, indispose => indisponeren, indispersed => niet verspreid,