Dutch Meaning of mouthing (down)
mompelen (naar beneden)
Other Dutch words related to mompelen (naar beneden)
- dicht (op)
- verteren
- vreten (aan)
- knagen (aan of op)
- Schrokken (op of neer)
- knabbelen (aan)
- deelnemende (aan)
- plukken
- wegzetten
- Neerleggen
- schrokkend (naar beneden)
- Slikken
- verbergen (weg of in)
- Kauwen
- consumeren
- vraatzuchtig
- eetkamer
- neerwaarts
- eten
- schranzen
- slikken
- inname
- schuren
- Vreten
- Polijsten
- genietend
- genieten
- spottend
- slordig
- beschonken
- proeven
- wolf
- banket
- bout
- ontbijt
- verzending
- passerend
- feest
- schransen
- kauwgom
- Lunch
- kauwend
- Verpleging
- vermakelijk
- smakelijk
- tussendoortje
- dinerend
Nearest Words of mouthing (down)
Definitions and Meaning of mouthing (down) in English
mouthing (down)
No definition found for this word.
FAQs About the word mouthing (down)
mompelen (naar beneden)
dicht (op),verteren,vreten (aan),knagen (aan of op),Schrokken (op of neer),knabbelen (aan),deelnemende (aan),plukken,wegzetten,Neerleggen
No antonyms found.
mouthed (off) => Grof zijn, mouthed (down) => mond (naar beneden), mouth (off) => mond (gesloten), mouth (down) => mond (omlaag), moustachioed => met snor,