Dutch Meaning of invariability
onveranderlijkheid
Other Dutch words related to onveranderlijkheid
- grilligheid
- veranderlijkheid
- Veranderlijkheid
- wisselvalligheid
- inconsistentie
- instabiliteit
- Onregelmatigheid
- Veranderlijkheid, Labiliteit
- Onvoorspelbaarheid
- onbestendigheid
- variabiliteit
- variabiliteit
- Volatiliteit
- aperiodiekheid
- vergankelijkheid
- Inconsistentie
- ongelijkmatigheid
- Volatiliteit
- vergankelijkheid
- vluchtigheid
Nearest Words of invariability
Definitions and Meaning of invariability in English
invariability (n)
a quality of uniformity and lack of variation
the quality of being resistant to variation
invariability (n.)
The quality of being invariable; invariableness; constancy; uniformity.
FAQs About the word invariability
onveranderlijkheid
a quality of uniformity and lack of variation, the quality of being resistant to variationThe quality of being invariable; invariableness; constancy; uniformity
consistentie,Stabiliteit,onveranderlijkheid,bestendigheid,Vastheid,Onveranderlijkheid,standvastigheid,onveranderlijkheid,uniformiteit,duurzaamheid
grilligheid,veranderlijkheid,Veranderlijkheid,wisselvalligheid,inconsistentie,instabiliteit,Onregelmatigheid,Veranderlijkheid, Labiliteit,Onvoorspelbaarheid,onbestendigheid
invar => Invar, invalued => onbetaalbaar, invaluably => onschatbaar, invaluableness => Onwaardeerlijk, invaluable => onschatbaar,