Dutch Meaning of tsar
Tsaar
Other Dutch words related to Tsaar
- baron
- Kapitein
- koning
- magnaat
- Moghul
- prins
- Tycoon
- hooggeplaatste
- Beroemdheid
- Baas
- Leeuw
- heer
- monarch
- Napoleon
- persoonlijkheid
- ster
- Superster
- Grote kaas
- groot geschut
- Groot geschut
- groot wiel
- Bigfoot
- godheid
- Halfgod
- figuur
- god
- zwaar
- Zwaargewicht
- Belangrijke persoon
- nabob
- nawab
- opmerkelijk
- Personage
- pobah
- opperste
- VIP
- Grote jongen
- grote
- Dikke kapitalist
- kahuna
- Belangrijkste man
- pu-bah
Nearest Words of tsar
Definitions and Meaning of tsar in English
tsar (n)
a male monarch or emperor (especially of Russia prior to 1917)
tsar (n.)
The title of the emperor of Russia. See Czar.
FAQs About the word tsar
Tsaar
a male monarch or emperor (especially of Russia prior to 1917)The title of the emperor of Russia. See Czar.
baron,Kapitein,koning,magnaat,Moghul,prins,Tycoon,hooggeplaatste,Beroemdheid,Baas
een half pint,lichtgewicht,niemand,niets,ondergeschikt,ondergeschikte, onderknuppel,inferieur,nul,kleintje
tsa => TSA, trysting => afspraakje, tryster => afwachter, tryst => afspraakje, try-square => winkelhaak,