Dutch Meaning of oratorical
oratorisch
Other Dutch words related to oratorisch
- retorica
- retorisch
- bombastisch
- bombazijn
- gasvormig
- grootspraak
- opgeblazen
- Pauselijk
- opgeblazen
- Verhoogd
- winderig
- bloeiend
- bloemrijk
- gasachtig
- grandioos
- hoogdravend
- verheven
- hoogdravend
- hoogdravend
- verheven
- versierd
- Bombastisch
- pompeus
- pretentieus
- Stijf
- gezwollen
- Gezwollen
- langdradig
- Winderig
- woordrijk
Nearest Words of oratorical
Definitions and Meaning of oratorical in English
oratorical (s)
characteristic of an orator or oratory
oratorical (a.)
Of or pertaining to an orator or to oratory; characterized by oratory; rhetorical; becoming to an orator; as, an oratorical triumph; an oratorical essay.
FAQs About the word oratorical
oratorisch
characteristic of an orator or oratoryOf or pertaining to an orator or to oratory; characterized by oratory; rhetorical; becoming to an orator; as, an oratorica
retorica,retorisch,bombastisch,bombazijn,gasvormig,grootspraak,opgeblazen,Pauselijk,opgeblazen,Verhoogd
welsprekend,kaal,direct,Feit,eenvoudig,eenvoudig,streng,eenvoudig,onaangekleed,onaangetast
oratorian => Oratoriaan, oratorial => oratorisch, orator => Redenaar, oration => oratie, orate => toespraak,