FAQs About the word imposed (on or upon)

Opgelegd (aan of op)

misbruikt,benut (op),uitgebuit,hefboom,gemanipuleerd,bespeeld (op of erop),verhandeld op,gebruikt,opgelopen op,voordeel trekken (uit)

No antonyms found.

impose (on or upon) => opleggen aan, imports => import, importances => belangrijkheid, imploding => implosie, implies => impliceert,